Middelkerke, design uit de jaren ‘50

 
Website Vindevogel bewerkt.jpg
 

1958: België bereidt zich voor op het grootste evenement na de tweede wereldoorlog: de wereldtenstoonstelling “Expo 58”. Op een gigantische terrein om en rond het Atomium toont ook ons land het beste van zichzelf. O.a. de zakenwereld en de industrie laten van zich horen na een jarenlange voorbereiding. De toenmalige constructeur van brandweervoertuigen Robert Landuyt uit Steenbrugge liet zich ook opmerken. Hij stelde een “voor die tijd” heel moderne autopomp tentoon. De zeer gestroomlijnde autopomp op basis van een Mercedes LP331 onderstel had de nieuwste technieken qua brandbestrijding aan boord en was bestemd voor brandweer Oostende.

Op basis van dit voertuig volgden in 1960 en 1961 nog twee  gelijkaardige autopompen voor brandweer Middelkerke en Verviers. Voor Middelkerke betekende de komst van deze zware autopomp in juli 1960 het einde van vele moeizame jaren gekenmerkt door ontoereikend materieel.

Website Middelkerke zwap 2.jpg

Het exemplaar van Middelkerke werd ook op een Mercedes LP331 onderstel gebouwd en was voorzien van een International zescilinder benzinemotor van 160 pk. De cabine bood plaats aan de chauffeur, de bevelvoerder en tien manschappen. De “midshipspomp”  met hoge- en lagedruk was pal achter de manschappencabine geplaatst en was tevens voorzien van een schuiminstallatie. Aan beide zijden van de autopomp waren een aanzuigmond van 110mm en 2 persuitlaten van 70mm geplaatst. De watertank had een inhoud van 2000 liter en de tank met schuimvormend middel bevatte 150 liter.

Al het materiaal en de hogedrukhaspels zaten in afgesloten kasten met opendraaiende of omhoog klappende deuren. Naast 400 meter persslangen van 45 mm en 500 meter van 70mm, was er een grote hoeveelheid aan klein materieel, zoals ademluchttoestellen, reddingstouwen, “heropwekkingstoestel” enz… Achteraan het voertuig was er nog plaats voor een draagbare pomp. De Mercedes /International werd geleverd in twee kleuren, de bovenkant was wit en alles onder de sierstrip werd in het rood gespoten. Dit was niet zo uitzonderlijk, verschillende voertuigen bij brandweer Schaarbeek en Leuven waren lange tijd ook in deze kleuren uitgevoerd.

Website Middelkerke zwap 1.jpg

In het begin van de jaren ’70 begon het Ministerie met de levering van brandweerwagens in fluorode uitvoering. Toen de Middelkerkse wagen een nieuwe verfbeurt nodig had werd ook teruggegrepen naar dit fluorode RAL 3024. De witte bovenzijde werd wel behouden.

Het is duidelijk dat de plaatslagers en de koetswerkmakers in de ateliers van Landuyt destijds vakmanschap hebben afgeleverd. De zware autopomp van Middelkerke ging uit dienst in 1994 en kwam terecht bij een carnavalsvereniging in Malderen. Hoe het nu is gesteld met het voertuig is niet geweten…               


Pompwagen groot vermogen

Leuven Geens 3.jpg

De federale overheid leverde midden de jaren zeventig, via de firma Geens, een kleine reeks voertuigen met zware pomp aan verschillende brandweerkorpsen in ons land. De Zieglerpomp was vast gemonteerd op een Opel Blitz, en werd aangedreven door een Mercedes motor. Ze had maar één functie, namelijk grote hoeveelheden water leveren bij zware branden. Meestal werd ze opgesteld bij open water. De pompen die men toen gebruikte hadden een relatief bescheiden vermogen maar haalden toch al een nominaal debiet van 4000 liter per minuut.

Het vervolg op deze reeks voertuigen kwam er in 1983 en 1984. Het was terug ‘Het centraal bureau voor benodigdheden’ dat dit stevig en eenvoudig concept uitwerkte in opdracht van Binnenlandse Zaken.

Deze keer was het de firma Somati uit Erembodegem die de productie van vijf voertuigen kreeg toegewezen. Als basis werd een Bedford TK820 onderstel gebruikt dat aangedreven werd door een dieselmotor van 75 kW. Nog voor de materieelkasten werden gemonteerd plaatste Somati een hulpframe op de grote liggers van het chassis waarop de pomp en aandrijfmotor werden geplaatst. Deze motor was een Scania zescilinder diesel die 170 kW leverde. Deze aandrijflijn was nodig om de zware Bachert pomp toe te laten de verschillende gevraagde debieten te behalen.

 
Website Oudenaarde 3.jpg
 
 
Website Oudenaarde 4.jpg

De Bachert  FP 60/10 pomp had een nominaal debiet van 6000 liter per minuut bij 10 bar. In werkelijkheid, en bij diverse testen, ging dit naar 6800 liter per minuut. De pomp had een aanzuigmond van 150 mm en twee uitlaten van 110 mm. Deze beide persuitlaten kregen ook twee aftakkingen van 70 mm. Bachert was een Duitse constructeur van centrifugaal- pompen en brandweerwagens, en behoorde tot de Europese top. Helaas ging de firma in 1987 failliet. Somati werkte destijds voor vele projecten nauw samen met deze constructeur.

Website Oudenaarde 2.jpg

De korpsen Oudenaarde, Gent, Roeselare, Tournai en Hasselt kregen elk een identieke combinatie. Alle pomp-units  bleven minstens 25 jaar in dienst maar werden wel omgebouwd op een container of een ander onderstel. Brandweer Gent verkocht in 2002 zijn Bedford aan brandweer Avelgem en hij  bleef  daar in dienst tot 2016. Deze combinatie paste niet meer in het moderne zoneverhaal en ze werd verkocht ondanks de zeer goede staat van de pomp en de aandrijfmotor.


Japanse Fuso in Hamme

 
Hamme 1.jpg
 

Rond de jaarwissel van 1977/78 besloot de gemeente Hamme, op vraag van het plaatselijk brandweerkorps, een autopomp aan te kopen. Hamme was toen een C-korps en was voor veel materieel op zichzelf aangewezen; subsidies waren heel beperkt.

De bestelling werd binnengehaald door de  firma Vanassche uit Hulste. Vanassche had toen al enkele voertuigen gebouwd voor verschillende C-korpsen, maar ook voor brandweer Brussel. In diezelfde periode stonden ook enkele autopompen op een Mercedes LP1113 onderstel op stapel. Maar de halfzware autopomp voor Hamme was ook voor Vanassche een uniek exemplaar. In ons land zou er maar één brandweervoertuig op dit type onderstel worden gebouwd.

De keuze van chassis en stuurhut viel toen op een Fuso FM van Japanse makelij. In de jaren ‘70 hadden Toyota, Datsun en Mitsubishi een aanzienlijk deel van de Europese automarkt  ingepalmd. Kawasaki, Suzuki en Honda deden hetzelfde op het Europese marktsegment van de motorfietsen. Fuso was eerder gespecialiseerd in lichte- en middelzware vrachtwagens en was, en is nu nog altijd, een onderdeel van de Mitsubishi Fuso Truck and Bus Corporation. De meerderheidsaandeelhouder van dit concern is momenteel Daimler AG.

Hamme 2.jpg

De Fuso FM die Vanassche in 1978 opbouwde had enkele aparte kenmerken zoals het lange onderstel met de grote wielbasis. De extra lange standaard stuur-cabine werd quasi ongemoeid gelaten maar wel voorzien van de prioritaire uitrusting. De opbouw, die Vanassche achter de stuurhut plaatste, omvatte niet enkel de manschappencabine voor vijf personen maar ook de materieelkasten. Elk compartiment werd afgesloten door twee deuren: een omhoog klappend en een neerklappend exemplaar. Enkel het compartiment voor de pomp was afgesloten met een rolluik. De lange opbouw had ook als voordeel dat men vrij lange schuif-ladders op het dak kon vervoeren.

Uiteraard was er in de grote kasten plaats genoeg om slangen, schuimproduct, armaturen, technisch en ander materieel in onder te brengen. De opbouw was toen nog een combinatie van een metaalstructuur en hout. De ingebouwde watertank had een inhoud van 2000 liter. Het is niet geweten of de ingebouwde HD/LD pomp een zeldzame Bekaertpomp of een Coventrypomp was. In 2003 ging deze unieke Fuso buiten dienst.


Ministeriële Schuimautopomp Rosenbauer

 
Saviem az.jpg
 

De overheid leverde in de tweede helft van de jaren ‘70  drie schuimautopompen voor de bescherming van de grootste  havengebieden in ons land. Het waren voertuigen die Rosenbauer Belgium bouwde op een Saviem SM340V onderstel. Ze kwamen terecht bij de brandweerdiensten van Beveren, Gent en Antwerpen. Halfweg 1981 werden er nog twee gebouwd op een Renault GRH 305 onderstel voor de korpsen van Brugge en Geel. Uiteindelijk plaatse Binnenlandse zaken nog een order van vijf stuks tussen 1983 en eind 1984. Zij werden geleverd aan Oostende, Antwerpen, Charleroi, Hasselt en Kortrijk.

Shuim 3.jpg

De laatste vijf werden op een onderstel Renault GRH310 gebouwd; brandweer Kortrijk kreeg als laatste zijn exemplaar in november 1984. Deze schuimautopompen mogen toch wel als zeer apart beschouwd worden want er kwam geen vervolg op deze reeks.

De configuratie was telkens dezelfde; namelijk een chassis met tandemaandrijving, een cabine voor drie personen en een opgebouwde manschappenruimte waar tien personen konden plaatsnemen. Hier tegenaan was er een grote materieelkast voorzien met daarachter de inox schuimtank van 6000 liter die centraal boven de achterwielen was geplaatst.

Schuim 1.jpg

Onder de schuimtank stonden vijf vaste schuimmengers opgesteld die rechtstreeks het schuimvormend middel kregen vanuit de schuimtank. Alle schuimautopompen die de federale overheid leverde hadden dezelfde karakteristieken. Een Rosenbauer  R480/2 pomp, een aanzuigmond van 150 mm, zes persuitlaten van 70 mm, aftakpunten voor schuim en twee vaste voedingen voor de zware monitoren op het dak. De laatste serie voertuigen kreeg in die tijd al een moderne afwerking van het pompcompartiment.

Het exemplaar van Kortrijk werd weinig of niet ingezet  voor schuiminzetten. Het werd wel veel gebruikt als ”haler” bij grote branden. Lange tijd stond deze schuimautopomp ook stand-by met bemanning, als er op het nabijgelegen vliegveld van Wevelgem een jet landde of vertrok. In de aanloop naar de zonevorming Fluvia, in 2014, werd de wagen buiten dienst gesteld.

 
Kortrijk Wevelgem.jpg
 

DE PANNE - EEN ONGEWONE INTERNATIONAL LOADSTAR

 
De Panne  Chris.jpg
 

Tussen 1967 en 1969  bouwde Wasterlain enkele half-zware autopompen in 4x4 uitvoering op onderstellen van het Amerikaanse International Harvester. Die onderstellen waren van het type Loadstar, dat later de basis zou vormen van een grote reeks halfzware autopompen die de overheid aanbood via de globale aankoopmarkt.

Het lokaal brandweerkorps van de gemeente De Panne keek halfweg de jaren ‘60 uit naar een extra pompwagen. De kustgemeenten waren in volle expansie en ook De Panne zat in dezelfde “flow”. En zo bestelde het toenmalige bestuur van De Panne begin 1967 een autopomp bij Wasterlain.

De Panne int.2ph.jpg

In 1968 werd de International Loadstar 1700 in dienst genomen. Het voertuig, uitgerust met een V8 benzinemotor, beschikte over een Wasterlain C-1500  voorbouwpomp en een cabine die plaats  bood aan zeven personen. De betrekkelijk kleine watertank van 1200 liter was voldoende om bij aankomst de eerste blusverrichtingen te verrichten. De hogedrukhaspels en materieelkasten waren bereikbaar via klassiek opendraaiende deuren. Twee zaken waren opmerkelijk bij deze autopomp: de 4x4 uitvoering, die in ieder geval een keuze moet geweest zijn van de brandweer, met het oog op het bereiken van plaatsen op zanderige ondergrond. En ook de poederinstallatie van 250 kg was uitzonderlijk. Niet alleen de poederklok maar ook 2 flessen CO2 uitdrijfgas waren geplaatst in het compartiment achteraan. De twee spuitmonden met bijhorende slangen voor de poederuitstoot waren aangebracht boven de hogedrukhaspels.

De Panne int.3ph.jpg

De twee andere identieke 4x4 exemplaren in België waren in gebruik bij de brandweerdiensten van  Hasselt en Herstal. Het is niet geweten of het Hasselts voertuig ook een poederinstallatie aan boord had. De International  van Herstal in ieder geval wel. Hij werd later opgenomen in het wagenpark van Luik en kreeg daar het nummer P9. Brandweer Luik en Hasselt lieten na enige tijd de klauwbanden voor alle-terrein achterwege en monteerden gewone banden. In De Panne bleef de autopomp lang in dienst, zelfs met de klauwbanden. De 4x4 aandrijving raakte heel snel defect en werd niet meer gebruikt. Ook de dure poederblusuitrusting is zeer zelden gebruikt. De International van De Panne is momenteel in privé bezit.

De jaren 70 werden gekenmerkt door de grote series autopompen die aangeboden werden door Binnenlandse Zaken. Verschillende loten op basis van  International Loadstar  werden toen geleverd aan diverse brandweerdiensten. Brussel en Luik gebruikten deze voertuigen meer dan tien jaar in al hun posten. In Wallonië waren ze heel populair; in Vlaanderen daarentegen waren ze in de minderheid. Toch was iedereen dolenthousiast over deze wagens. Hun legendarische baanvastheid, samen met de krachtige motor en de indrukwekkende en gemakkelijk toegankelijke voorbouwpomp waren hier zeker niet vreemd aan.

 
De panne herstal.jpg
 

Austin FV1801 Champ

Een zeldzaam terreinvoertuig bij de brandweer

 
Anzegem Chris.jpg
 

Het Britse leger zat op het einde van de jaren ’40 met een tekort aan lichte terreinvoertuigen die heel wat opdrachten moesten aankunnen. Verschillende fabrikanten tekenden in op de aanbesteding die defensie destijds lanceerde. Men wilde een voertuig met dezelfde kenmerken als de “Jeep” die tijdens Wereldoorlog II in West-Europa werd ingezet, en zo een gigantische bekendheid verwierf. In 1951 koos de Britse legerleiding voor de FV1801. Dit gebeurde na heel uitgebreide testen. In 1952 werden de eerste exemplaren in dienst genomen en de productie bleef doorgaan tot begin 1956. De FV1801 werden gebouwd door de Austin Motor Company en kreeg een benzine-slurpende viercilinder Rolls Royce motor van 2838 cc. Eens de productie op gang was gekomen bouwde Austin deze motoren onder licensie. Er werden ruim 15 000 exemplaren wagens gebouwd voor de strijdkrachten en een heel beperkte oplage van amper 500 stuks voor de civiele markt. Aanvankelijk werd de benaming Champ enkel gebruikt voor de civiele versie maar nadien werd ze veralgemeend en ook gebruikt voor de militaire FV1801.

 
Anzegem austin champ 2fk.jpg

In het begin van de jaren ’60 bleken de Austin Champs te duur geworden, boden ze te weinig comfort en kregen ze het veel goedkopere Land-Rover als serieuze concurrent. Quasi de hele serie werd uit dienst genomen en in 1966 op de civiele tweedehandsmarkt aangeboden. Voor heel weinig geld veranderden ze toen van eigenaar en werden er ook een handvol naar het Europese vasteland uitgevoerd. De rechtsgestuurde Austins kreeg men niet gemakkelijk verkocht aan de andere zijde van het kanaal, maar ze bewezen wel hun dienst bij enkele Belgische brandweerkorpsen. In 1967 en 1968 kochten onder andere de korpsen van Veurne, Nijlen, Vichte, Kruishoutem, Middelkerke en Gistel  één of meerdere exemplaren. Ze zagen in dit voertuig een ideale trekker voor hun pomp op aanhangwagen op moeilijk toegankelijke plaatsen.

 
Anzegem Austin Champ 6fk.jpg

In 1968 kocht brandweer Vichte (nu zone Fluvia) twee Champs die werden omgebouwd tot trekker slangen- wagen. De bouwjaren waren 1952 en 1953. Ze kregen een ongebruikelijke gele kleur en vielen zo onmiddellijk op in het verkeer. Later werden ze fluorood gespoten. Beide voertuigen rukten tot 1978 steevast uit in het kielzog van de eerste autopomp en namen de water- toevoer voor hun rekening. Met de komst van de tankwagen bleven ze wat meer in de achterhoede. Al die tijd bleven de twee Austins in Vichte hun “open karakter” houden. In de zomer fantastisch om mee uit te rukken, in de winter een heel ander verhaal natuurlijk. Ze beleven respectievelijk in dienst tot 1990 en 1997 en werden vervangen door twee Toyota’s Hi-lux die intussen ook al verkocht zijn. De twee Austin Champs van Vichte zijn in privé bezit maar ze zijn momenteel niet rijvaardig genoeg om er mee op de openbare weg te komen.


Een buitenbeentje in mouscron 

 
moescroen Chris.jpg
 

Mouscron of Moeskroen is een Franstalige faciliteitengemeente ingesloten tussen de Franse grens en West-Vlaanderen maar behoort tot de provincie Henegouwen. Sedert enkele decennia is deze stad op alle vlakken gegroeid. Vooral de industrie trok omwille van de goede verbindingswegen en de snelle administratieve afhandeling van exploitatiedossiers naar deze provinciestad.

De lokale brandweer was in de zestiger jaren bescheiden uitgerust, maar kreeg halfweg de jaren zeventig en vooral de jaren tachtig serieuze budgetten ter beschikking. Dit resulteerde in een bijzonder wagenpark met voertuigen die een aparte “look” hadden. De half-zware autopomp Mercedes LF1113 uit 1976 is hier een mooi voorbeeld van.

Website Moucron 2.jpg

Deze autopomp kwam er als aanvulling naast de zware autopomp Magirus Saturn en de International Wasterlain.  Ze werd met eigen middelen bekostigd  en de bouw werd toevertrouwd aan de firma Wasterlain die de technische uitrusting voor zijn rekening nam. Het koetswerk werd uitbesteed aan het carrosseriebedrijf Latré. De manschappencabine bood plaats aan zes man en de vrij unieke opbouw had negen rolluiken met diepe materieelkasten waar heel wat blusgerief terecht kon. De pomp aan de achterzijde was wat lager geplaatst, en zo perfect bereikbaar voor onderhoudswerken. De lichtmast met twee halogeenschijnwerpers van 1000 Watt werd oorspronkelijk niet meegeleverd bij het voertuig. Hij is pas enkele jaren later gemonteerd in de eigen werkplaats.

Aanvankelijk stond deze pompwagen gestationeerd in de hoofdpost. Daar rukte hij steeds in tweede lijn uit. De laatste jaren van zijn loopbaan stond de Mercedes in de voorpost van Dottignies als tweede uitruk. Daar kwam hij minder buiten voor tussenkomsten, ook al vanwege de beperkte beschikbaarheid van personeel in deze post. In 2012 werd hij definitief uit dienst genomen. Het is niet geweten of dit voertuig ergens in een private verzameling is ondergebracht.